Lage kosten

Free a Girl krijgt wel eens vragen over hoe wij om gaan met kosten. En met name kosten voor huisvesting, onze ambassadeurs en de salarissen van medewerkers.

Huisvesting en ICT

De stichting is opgericht in 2008. De eerste twee jaar diende het huis van een van de oprichters als kantoor. Aan de keukentafel kon behoorlijk wat werk worden verzet maar de stichting groeide en een professionele werkruimte werd een must. Sinds 2010 krijgt de stichting gratis kantoorruimte in het FigeeCenter in Haarlem en worden tevens de VvE-kosten gesponsord. Ook de producten en diensten van onze ICT wordt gesponsord. Zelfs de interieurverzorger komt iedere vrijdagochtend extra vroeg uit bed om in haar eigen tijd het kantoor schoon te maken.

Ambassadeurs, oprichters en de Raad van Toezicht

De ambassadeurs van Free a Girl zetten zich meerdere keren per jaar, belangeloos in voor de stichting. Zij zijn betrokken bij het werk en erg belangrijk voor ons omdat zij gratis media-aandacht genereren. Aangezien Free a Girl geen budget vrij maakt om media-aandacht in te kopen is dit een effectieve manier om ons werk onder het grote Nederlandse publiek bekend te maken.

Ook mede-oprichters Yolanthe Sneijder Cabau, Arjan Erkel en de leden van de Raad van Toezicht (RvT) vervullen hun taken belangeloos. Wel is er een mogelijkheid om de gemaakte kosten te vergoeden maar hier wordt geen beroep op gedaan. De ambassadeurs en de leden van RvT ontvangen dus geen beloningen.

Wat zijn dan wel de kosten voor de stichting?

Kosten die wij moeten maken zijn de salarissen van medewerkers. Zonder gespecialiseerde medewerkers kan een stichting niet professioneel opereren en groeien. Free a Girl hanteert salarissen vergelijkbaar met de overheid. Andere kosten zijn bijvoorbeeld kantoorartikelen (het printpapier krijgen we daarentegen wel gratis) en kosten voor fondsenwervende activiteiten die wij niet gesponsord kunnen krijgen, hoe hard wij ons best ook doen. Wel zorgen we er altijd voor dat we korting krijgen.

En dat wij inzetten om de kosten zo laag mogelijk te houden wordt benadrukt door het CBF-keur dat Free a Girl heeft ontvangen. Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) stelt als norm dat de kosten van werving niet meer dan 25 procent van de eigen inkomsten mogen zijn. Free a Girl is altijd onder de 17 procent gebleven en valt dus ruim onder de norm. Free a Girl vindt dat zoveel mogelijk geld direct terecht moet komen bij de projecten in onze programmalanden en dit lukt. Alleen door lage kosten blijft er meer geld over waarmee wij nog meer meisjes uit de gedwongen prostitutie kunnen bevrijden en daders veroordeeld krijgen.