Documentaire Jojanneke van den Berge: NU VECHT IK TERUG

Door Jojanneke van den Berge, journalist en ambassadeur Free a Girl

Het kamertje stinkt, is vies bedompt en klein. Penetrante lichaamsgeuren dringen zich in mijn neus omhoog, benemen de weinige zuurstof die voorradig is in dit hok. Gebruikte condooms omringen een bruin, laken-loos matras – een ervan zuigt zich vast aan mijn slipper. Ik sta in een peeskamer in een standaard bordeel in Mumbai, India.

 

Prostitutie wordt er gedoogd. Ik heb me voorgedaan als welzijnswerker en word rondgeleid door een jonge Nepalese pooier. Hij is in dit Red Light District geboren als ‘hoerenjong’ van zijn Nepalese moeder die, zoals vele meisjes, uit haar land werd gestolen om hier als prostituee te werken. De jonge pooier wijst en vertelt, zucht dat hij graag nog eens weg zou komen hier. Ik zie jonge vrouwen wachten op een klant, terwijl hun naakte jonge babies en kinderen rond hun benen spelen. De zoontjes zullen veelal eindigen zoals mijn gids, en de dochtertjes, tja.

1,2 miljoen meisjes uit India en Nepal worden er naar schatting van de VN op dit moment verborgen in Indiase bordelen zoals deze, en dagelijks verkracht door zo’n twintig volwassen mannen die daar geen kwaad in zien. Natuurlijk krijg ik deze meisjes niet te zien nu, hier. Ze zitten verborgen achter gangen en deuren, in hokken nog kleiner, viezer en warmer dan het hol waar ik net stond.

Vóórdat ik via Free a Girl in aanraking kwam met dit soort verhalen over grof seksueel geweld tegen vrouwen en meisje in India, of de wereld geschokt werd door de brute groepsverkrachtingen met dodelijke afloop zoals die van Jyoti Singh -waarbij een ijzeren staaf werd gebruikt om haar ingewanden naar buiten te werken, reisde ik als twintiger al eens maanden door dit land. Van het noorden waar de Dalai Lama woont tot het zuiden waar heilige Hugging Mother Amma huist. Zoals zoveel yogameisjes bezocht ik ashrams, zieners, meditatiesessies, dubieuze masseurs, kreeg ik een goeie uithaal van een loslopende koe en voedselvergiftiging en viel ik voor de charme’s van een (of twee) van de Israeli’s die na hun dienstplicht dit land in hordes bezoeken. Maar bovenal werd ik gegrepen door het buitenwereldlijke van dit land, een universum op zich met haar duizenden goden en godinnen, kleuren en gekkigheden. En poep-odeur.

Ja, ik zag de scherpe scheidslijnen van het kastenstelsel- ik sprak op een feest met een Bollywood-acteur die als tijdverdrijf graag met zijn jeep over de op straat slapende ‘onaanraakbare’ bedelaars reed. Maar nooit had ik mij als alleenreizende vrouw in dit zo spirituele wonderland onveilig gevoeld, een seksueel object, of minder dan de mannen.

Des te harder choqueert me de beestachtige seksuele moraal waarover ik nu hoor. De groepsverkrachtingen – de dagen dat ik hier ben lees ik elke avond in mijn hotelkamer op nieuwssites wel over een nieuwe.

De medogenloosheid waarmee kinderen in dit land door hun eigen volk, er is weinig sekstoerisme, voor omgerekend een paar euro te gronde worden gericht. India heeft de meeste minderjarige meisjes die in de prostitutie werken ter wereld.

Ik ontmoet Reha in een opvanghuis voor kinderen die uit de prostitutie zijn gered. Een mager meisje met HIV, overgehouden aan haar tijd in het bordeel, een bleek snoetje. ‘De meisjes worden jonger, zo jong als vijf jaar zijn ze tegenwoordig’, vertelt ze. Mijn maag knijpt samen. De mannen die Reha en deze meisjes verkracht(t)en zijn niet perse pedoseksueel. ‘Ze houden van maagden, van verse lichamen. Daar gaan ze steeds verder in.’ Reha zwierf en werd van straat geplukt door een mensenhandelaar – die nooit is veroordeeld. Maar net zo vaak worden kinderen door hun eigen ouders verkocht aan de bordelen. Of simpelweg gestolen bij een waterput of speelveldje terwijl hun ouders thuis vergeefs op ze wachten. ‘Ik was twaalf. Ik voelde me waardeloos, walgelijk. Ik werd geslagen en verkracht. Ik raakte zwanger en wilde de baby zo graag houden, maar ze pakten hem van me af. Ik zal nooit weten wat er met mijn kind gebeurd is. Mijn lichaam was niet van mij.’ Een tijdje vertelt ze met een afstand, alsof het niet over haar gaat. Dan breekt ze en huilt en huilt. Ze is pezig en sterk, tegelijkertijd is er zo weinig van haar over dat het lijkt alsof ik lucht omhels.

Waar de Indiase bevolking sinds een paar jaar geregeld op straat protesteert tegen de groepsverkrachtingen, verstomt het als het gaat over die 1,2 miljoen kinderen in bordelen, zoals Reha. Ook bij de veelal jonge, stadse mensen die ik aanspreek op straat blijkt het probleem van kinderprostitutie in hun land niet echt bekend -wel vinden ze dat daders streng zouden moeten worden gestraft.

Belangrijke reden is de stilte in de landelijke pers. Kranten die berichten over kinderprostitutie – wat geen prioriteit is voor overheid en politie – lopen advertentie-inkomsten mis. De Indiase overheid hangt de vuile was niet graag buiten wat dit onderwerp aangaat. Buitenlandse journalisten komen nauwelijks het land in – ik reis op een toeristenvisum en moet een vaag beroep in PR opgeven – en als er tijdens interviews met geluidsapparatuur of camera politie nadert, is het rennen.

Overheidsmedewerkers en advocaten zijn huiverig met me te praten. Ik zoek contact met Bollywoodster Mallika Sherawat. Ze spreekt als een van de weinige nationale bekendheden openlijk en in het openbaar over seksueel geweld tegen meisjes en vrouwen in haar land, ondermeer op het filmfestival in Cannes en tegen internationale media als BBC. En dat wordt haar niet in dank afgenomen. ‘Elke twintig minuten wordt er iemand verkracht in India, er is grootschalige kinderprostitutie. Daar moet ik vooral mijn mond over houden. Maar als ik me in bikini laat fotograferen of een collega-acteur op de mond kus is het land te klein. De Indiase samenleving behandelt meisjes en vrouwen als vee. De veroordelingen voor verkrachting neemt af van 24% naar 12%. Het is de verantwoordelijkheid van iedere vrouw om zich uit te spreken.’

Mallika stelt dat het idee van ongelijkheid tussen man en vrouw sterk verankerd is – ze werd zelf met dat idee opgevoed. Het seksuele geweld tegen vrouwen en meisjes op straat en in bordelen vloeit daaruit voort, en is tegelijk een instrument om de ongelijkheid te benadrukken. Juist het feit dat vrouwen in India, over een aantal jaar volgens schattingen de derde economie ter wereld, langzaamaan meer in de pap te brokkelen krijgen, betekent dat mannen hen harder te grazen willen nemen. Volgens prijswinnende onderzoeksjournalist Abhay Mokashi is het geen uitzondering dat zakenvrouwen die de carrière-ladder beklimmen verkrachtingsslachtoffer worden. ‘Het gaat niet zozeer om seks maar om onderwerping, zo niet vernietiging, pure misogynie’, vertelt hij me. ‘Even geleden werd een meisje van 12 verkracht en vermoord. Haar lichaam was door haar verkrachters opengebeten, alsof ze was aangevallen door een roedel honden. Onze samenleving ziet vrouwen en meisjes als een instrument voor seks. Daarom kan kinderprostitutie ook bestaan. Terwijl we in het hindoeïsme juist zoveel godinnen vereren.’

In de sloppenwijken rondom Mumbai bezoek ik een project waar jonge jongens wordt geleerd anders naar meisjes en vrouwen te kijken. Met een mannelijke mentor bespreken ze de situatie van meisjes en vrouwen in hun land, en hoe ze tegen hun moeders, zusjes en andere meisjes in de wijk aankijken.

Een van de jongens vertelt me even later als hij me naar het huis van zijn tante begeleidt, de bezitster van het enige toilet in omstreken: ‘In onze wijk drinken de mannen, gaan naar huis en slaan hun vrouw. En jonge jongens hier gedragen zich zoals hun vader. Op straat keek ik op een foute manier naar meisjes, we riepen ze dingen na. Nu merk ik dat ik naar ze kijk zoals naar mijn moeder en zusjes. Mijn perceptie is veranderd.’ Hij recht zijn smalle schouders. ‘Ik ben er trots op om geboren te zijn in India. Dus ik vind dat er meer gelijkheid moet komen tussen man en vrouw in dit land.’

Ik ben terug bij het bordeel. Het is nacht. Ik moet in de auto blijven dit keer, buiten is het nu gevaarlijk. Naast me zitten twee Indiase jongens. Avond aan avond speuren zij voor Free a Girl de Red Light Districts af op zoek naar kinderen zoals Reha. Ze doen zich voor als klanten op zoek naar minderjarige meisjes. Eenmaal alleen met deze meisjes horen ze hun verhalen aan, winnen hun vertrouwen, pappen aan met de pooier en komen een aantal keer terug. Allemaal heel voorzichtig – als ze gesnapt worden zijn ze de sigaar. Uiteindelijk nemen ze de politie mee voor een inval.

De dingen die ze zien en horen hakken erin. ‘De meisjes zijn gemarteld, zitten onder de brandwonden van sigaretten of erger. We kunnen niet meteen tegen ze zeggen dat we van een NGO zijn. Dat is moeilijk. Zo’n meisje blijft in je hoofd zitten als je weggaat. Het breekt je hart.’

Ze vertrekken, het donker in. Hun begeleider Manohar kan niet met ze mee, zijn gezicht is bekend. Hij vertelt: ‘Elke maand worden er duizenden kinderen getrafficked van de ene staat naar de andere. Het neemt toe en de meisjes worden alsmaar jonger. Prostitutie is een traditioneel iets in India. Het idee van klanten is dat als je een kind voor seks betaalt, ook al wordt het gedwongen, het een eerlijke overeenkomst is en geen verkrachting. Mannen zien zo’n meisje niet als mens maar als voorwerp. Onder invloed van porno worden hun wensen steeds extremer. Een tijd terug redde we een meisje dat gangreen in haar vagina had. Een van haar klanten had haar keer op keer bewerkt met een ijzeren staaf.’

 

Seks met een kind in de bordelen waar ik nu op uitkijk kost zo’n acht euro. Goedkoop. Het kind in kwestie ziet van die acht euro overigens niks terug. Sterker nog, de kinderen bouwen een ‘schuld’ op bij het bordeel voor kost en inwoning en het geld dat het bordeel aan de mensenhandelaar heeft moeten betalen. De politie, die nodig is om de uiteindelijke invallen mee te orkestreren, is volgens Manohar weinig behulpzaam. ‘Kinderprostitutie is geen prioriteit voor ze. Moord of groepsverkrachting wel. Daarbij is de politie hier corrupt en moet je je collega’s betalen om hogerop te komen. De politie neemt geregeld geld aan van de bordelen om hun mond te houden.’

De straffeloosheid rondom kinderprostitutie is enorm. De klanten, mensensmokkelaars, pooiers en de boordeeleigenaren worden bijna nooit vervolgd. Ieder jaar worden er gemiddeld in minder dan 50 zaken veroordelingen uitgesproken.

Het verhaal van Esther is een uitzondering. Zij heeft haar uitbuiters laten vervolgen en achter slot en grendel gekregen. Net als Reha werd ze in haar jonge tienerjaren van straat geplukt en in een bordeel vastgehouden. Ze is getrouwd nu en ik ontmoet haar als ze hoogzwanger is. Tijdens ons gesprek houdt ze haar ronde buik stevig vast, als een boei; een zegen maar ook een pijnlijke herinnering aan het kindje dat ze kreeg in het bordeel en net als Reha gedwongen moest afstaan. Ze praat toonloos over haar verleden en met haar ogen op één punt gericht. ‘Ik voelde zoveel pijn. Soms wist ik niet of ik levend was of dood. Ik heb een kind verloren. Ik hoop dat ’t het ergens goed heeft. Ik moet mijn verleden vergeten, dat is de enige manier.’ Esther benadrukt dat er net zo goed vrouwen zijn die meisjeslevens ruïneren; de bordeelmadams. ‘De politie heeft de eigenaar van mijn bordeel gearresteerd en de meisjes in een opvanghuis geplaatst. Maar de madams komen er vaak mee weg door de politie af te kopen.’ Wat haar hoop voor India is? ‘Sluit al deze bordelen waar kinderen zitten. Sluit ze. Als ik ooit de kans zou krijgen zou ik deze meisjes willen helpen, ze daar weg krijgen en de uitbuiters gestraft. Geen enkel meisje zou zo mogen lijden.’

 

Achttien meisjes zoals Esther en Reha gaan dit jaar een begin maken aan het eindigen van de straffeloosheid aan de onlangs door Free a Girl opgerichte School for Justice. Alle achttien hebben ze als kind in de prostitutie gewerkt, hun uitbuiters zijn nooit gestraft. De School for Justice werkt samen met één van de beste rechtenuniversiteiten van India en leidt deze meisjes, en de meisjes die ieder jaar zullen volgen, op tot de meest gemotiveerde advocaten en aanklagers die India zal hebben. Zodat zij de mensen die verantwoordelijk zijn voor de lijdensweg van 1,2 miljoen kinderen voor het gerecht kunnen brengen. Hun eigen demonen kunnen vervolgen. Een van hen is Sabnam: ‘Ik werd op mijn negende verkocht aan een bordeel. De daders lopen nog altijd rond en daarom ben ik niet vrij. Nu vecht ik terug.’