Lokale Amsterdamse organistie en werk hielpen Amber uit prostitutie

Den Haag, 25 juni 2014

Eindelijk een huisje, een boompje en een beestje, een normaal leven. Na dertien jaar als prostituee staat Amber (33) nu aan de andere kant van de ramen. Ze zet zich in voor de prostituees, haar ex-collega’s. Ze wil dat de pooiers harder worden aangepakt.

Amber (niet haar echte naam) is nu vijf jaar uit het wereldje. Ze had er genoeg van, haar lichaam en haar geest waren op. Scharlaken Koord, een christelijke organisatie die prostituees helpt, gaf haar het zetje dat ze nodig had. Ze kwam in contact met „een prachtige, geweldige vrouw.” Die had een kantoor, Amber kon solliciteren. „De maandag erna kon ik al beginnen, normaal kantoorwerk, 1500 euro netto in de maand. Via de kerk kon ik een huisje huren. Ik dacht: dat moest ik maar eens doen.”

Nederland heeft een verkeerd beeld van prostitutie, zegt ze. „Mensen denken dat prostituees het doen omdat ze het leuk vinden. Zo romantisch is het niet. Voor de pooiers zijn vrouwen handelswaar, alsof we chocola uit Ecuador zijn. En ze komen ermee weg. Ik word er misselijk van. Daarom zet ik me in”, zegt Amber.

Ze wil de prostitueebezoekers met de neus op de feiten drukken. Een paar dagen geleden ging ze naar het hol van de leeuw. Ze plakte posters in de rosse buurt van Den Haag, haar oude werkplek. ”Daar staat ze achter het raam. Mooie ringen, dure armband, maar haar echte ketting is onzichtbaar”, staat er op een affiche. Een andere tekst luidt: ”Was dat een knipoog of een noodkreet?”

Wegmeppen
De posters zijn een actie van enkele organisaties, waaronder Free a Girl. Die wil meisjes uit de prostitutie bevrijden. De organisatie wil onder meer dat het, net als vroeger, strafbaar wordt om pooier te zijn. Dan kan Nederland „de vliegen die om de meisjes heen zwermen, wegmeppen.” De ChristenUnie steunt het streven.

Amber begon als prostituee toen ze 15 was. Ze liep weg van huis en belandde in „een schimmig privéhuis” in Rotterdam. „Het was gewoon mond houden en werken.” Tientallen klanten per dag had ze, veertien uur per dag, zes 
dagen in de week, jaar in jaar uit.

Dat Amber een tienermeisje was, maakte de mannen niet uit. Daar was het ze juist om te doen, zegt ze. „Het gaat ze er niet om hoe mooi je bent, het gaat ze alleen om hoe jong je bent. Naast me stond een prachtige vrouw, ze had een fotomodel kunnen zijn. Ik verdiende drie keer zo veel.”

Amber komt niet uit een probleemgezin in een achterstandsbuurt, benadrukt ze. „Mijn ouders zijn hardwerkende mensen uit een klein boerendorp. Mijn moeder wist wat ik deed, maar ze heeft het nooit geaccepteerd. Ze zei: Ik respecteer wie je bent, maar niet wat je doet.”

Lichaam op
In december 2008 belandde Amber in een ziekenhuis. „Ik woog nog maar 49 kilo, had zware longontsteking. Het ging zo slecht dat de artsen dachten dat ik hiv had. Het bleek niet zo te zijn. Mijn lichaam was gewoon op.” Een paar maanden later stopte ze. Dan draait Amber zich om. Een meisje loopt langs, naar de ramen waar Amber zelf ook heeft gestaan. „Ze gaat hier werken. Bij die zij-ingang gaat ze naar binnen. Je kunt het aan haar zien. Te veel make-up, opgespoten lippen.” Zo was Amber vroeger ook. Een meisje voor wie de nieuwe Amber zich met hart en ziel inzet.

Bron: Reformatorisch Dagblad, Laurens Scholten, 24-06-2014